| Algemene blogposts, artikelen, interviews die niet zomaar in een andere categorie te plaatsen zijn. Dit doet natuurlijk niets af aan de kwaliteit, laat dat duidelijk zijn. Wij doen ons uiterste best voor unieke content in deze categorie! | |
Geschreven door Wadappes
Op de site van de Gemeente Dordrecht staat vermeld dat vanavond Marieke van Leeuwen in de Kunstkerk over haar werk als stadsdichter van Dordrecht zal vertellen. Vanaf 20.00 uur kunnen we allemaal gratis een kijkje nemen in, zoals zij het noemt, ‘het stadsdichter zijn’. Ik heb ineens de enorme behoefte daarbij aanwezig te zijn. Uiteraard ben ik totaal niet geïnteresseerd in de gedichten en ‘diverse werken’ van deze ouwe milf, maar het is het begrip stadsdichter wat mijn aandacht trekt. Dat klinkt goed zeg, dat wil ik ook!
Allereerst handig om te weten wat een stadsdichter precies is, officiële stadsdichters blijken namelijk nog helemaal niet zo lang te bestaan. Volgens een bepaalde encyclopedie is een stadsdichter een dichter die door het bestuur van een gemeente wordt aangesteld om in een bepaalde periode gedichten te schrijven over die stad en gebeurtenissen die er plaatsvinden. Dat is dus precies hetzelfde als wat ik wekelijks doe, alleen dan moet het nog rijmen. In 1993 was het Venlo, of all places, die als eerste een officiële stadsdichter aanstelde. Uiteraard had dat daar een gehuchtsdichter moeten heten, maar dat terzijde. En dan nu drie keer raden welke stad als tweede in de Hollandse historie een stadsdichter aanstelde: ja hoor, dat geweldige Dordrecht.
Dichten, het heeft nu niet direct een ruig imago. Dichters lijken toch vaak een stel wazige nichten die proberen iedere zin zo ingewikkeld mogelijk te omschrijven. Vroeger was een dichter nog een bijzonder figuur in de samenleving. Iemand waarbij je terecht kon voor wijze raad, of een shot heroïne. Vaak goed voor een paar opbeurende schouderkloppen als je in de put zat. Tegenwoordig is het echter anders gesteld, iedereen is ineens dichter. Zo heb je bijvoorbeeld stadsdichters, vaderlandsdichters, huis- tuin- en keukendichters, nachtdichters, doe-de-deur-dichters en discodichters. Naast het feit dat iedere paardenlul een dichter zou kunnen zijn, staan ook de vorm en inhoud van gedichten al tijden niet meer garant voor kwaliteit. Zo hoeft het niet per se in versvorm, het hoeft niet te rijmen en het hoeft ook nergens over te gaan. De conclussie die we dus kunnen trekken is dat iedere zwerver die een scheet laat wel eens bezig zou kunnen zijn met dichten.
Ze maken er ook een potje van, die dichters. Zo is er, op de onlangs opgedoken 5e strofe van De Blauwbilgorgel na, al jaren geen fatsoenlijk gedicht meer naar buiten gekomen. De enige plaats waar je nog geconfronteerd wordt met gedichten van topkwaliteit is het voetbalstadion. Want spreekkoren in voetbalstadions, dat is pure poëzie. Als je hoort dat voor Martin Drent, oud-voetballer van FC Groningen, het gedicht “Martin Drent, je moeder is een vent” is gezongen, dan weet je dat je met echt dichterschap hebt te maken. Leuzen in voetbalstadions zijn complete liederen in versvorm, met rijm en inhoud, vaak nog voorzien van leuke woordspelingen ook. Dit zijn de echte toppers, in tegenstelling tot de troep die we van de zogenaamde gevestigde dichters voorgeschoteld krijgen. Ook stadsdichters zijn eigenlijk niet meer nodig. Stadiondichters, die hebben de toekomst.
Reacties
Wij als gewone gezonde Dordsche mannen weten uiteraard wel beter... .
Komt ie. Uit de bundel Slakkenspoor de gedigt ENG.
ENG
Dood op het strand, zo lag hij
en ze besloot aan hem te voelen
dat kon best, dat was niet eng
maar Ria Vissor dacht aan die tijd met Mart
toen hij hetzelfde had gezegd
voel maar, dat is niet eng, voel maar voorzichtig
en nu even een
slokje
bier
nemon
en
moeilijk
kijkon